Almelosche Bier Geschiedenis

de-pastoor

Almelo kent een geschiedenis in bier maken. We beginnen met de hagedoorn en Kirchmann of ook wel de Twentsche Stoom-Beijersch-Bierbrouwerij.

Vestiging Twentsche Stoom-Beijersch-Bierbrouwerij

Opgericht: 1873
Gesloten: 1934
Provincie: Overijssel
Bezoekadres:
Bornebroekschestraat 
Ambt-Almelo (gemeente Almelo)

Op 14 september 1873 richten de broers Wolterus, Jan en Gerrit Hagedoorn en Louis Kirchmann een handelsvennootschap op onder de firma Twentsche Stoom-Beijersch-Bierbrouwerij, Hagedoorn & Kirchmann. De dagelijkse leiding was in handen van Jan en Gerrit Hagedoorn. Kirchmann, destijds bierbrouwer in Gütersloh in Pruissen (Duitsland), nam na drie jaar al afscheid van de vennootschap. Hij zou enkele jaren later de Zuid-Hollandsche Bierbrouwerij in Den Haag oprichten. Zijn naam zou echter altijd aan de Twentsche brouwerij verbonden blijven. Dankzij investeringen in o.a. een ijsmachine weet de brouwerij uit te groeien tot een gerenommeerd bedrijf met afzet in heel Nederland.

In 1888 wordt de brouwerij opgeschrikt door een rapport van dr. Leignes Bakhoven tijdens de wintervergadering van den Geneeskundigen Raad voor de provincien Overijssel en Drenthe. Leignes Bakhoven had 13 biersoorten onderzocht en in elf daarvan in meerdere of mindere mate salicylzuur, een schadelijk conserveringsmiddel, gevonden. “Het meeste vond hij in het bier uit de Twentsche brouwerij van Hagedoorn en Kirchman”. De brouwerij reageerde direct door verschillende doctoren en leeraren in de chemie aan eenige Hoogere Burgerscholen aan te schrijven met het verzoek hun bier op salicylzuur te onderzoeken. Uit de diverse reacties blijkt dat in het Volksbier, Edelweiss en Bockbier geen enkel spoor van salicyl wordt aangetroffen. Ook het onderzoek naar de mogelijke bronnen van salicyl in de brouwerij en in de aangeleverde grondstoffen levert niets op. Op de vergadering van bovengenoemde raad brengt H.F. Kuijper uitsluitsel. In zijn spreekbeurt over “Het bier en de opsporing daarin van salicylzuur”, zegt hij dat Leignes Bakhoven een verkeerde  onderzoeksmethode heeft gebruikt en dat met de Twentsche bieren niets aan de hand is.

Een tweede crisis ontstaat wanneer in 1908 kuiper J. Wagenvoort wordt ontslagen. Wegens slapte van werk zegt de directe, maar de arbeiders beweren dat hij is ontslagen omdat hij voorzitter was van de afdeeling Almelo van den Bond van werklieden, werkzaam in alcoholhoudende en alcoholvrije dranken. De directie weigert om Wagenvoort opnieuw aan te nemen en de bond roept een boycot uit over de brouwerij. Dit heeft tot gevolg dat van 9 tot 23 juni, de omvang van het afgeleverde bier daalde van 4.000 hl naar 1.000 hl.  Desondanks houdt de directie voet bij stuk. Ook deze affaire loopt met een sisser af als Wagenvoort uiteindelijk zelf ontslag neemt en vertrekt naar Duitsland. Overigens weet de Nederlandsche Vereeniging van Fabrieksarbeiders pas in 1927 een kollektief kontrakt af te sluiten met de Twentse brouwerijen uit Almelo, Hengelo en Enschede.

Tenslotte betekent de economische crisis van de jaren 1930 de ondergang van de brouwerij. In de jaren 1932 en 1933 wordt flink verlies geleden en in 1934 wordt surseance van betaling aangevraagd. Datzelfde jaar wordt de brouwerij gesloten.

De Almelosche Bierbrouwerij

Opgericht: 1987
Gesloten: 1990
Provincie: Overijssel
Bezoekadres:
Grotestraat 80
7607 CT Almelo

Geschiedenis

Eind mei 1987 startte in Almelo een herbergbrouwerij in ’t Oude Verkeershuis: een café-bistro, gevestigd in een mooi gerestaureerd pand in het centrum van Almelo uit 1691. Oorspronkelijk was dit pand het stadhuis van Almelo, later was het in gebruik als rechtbank en politiebureau. Een unieke gelegenheid en wel omdat de hele brouwerij was opgesteld in dezelfde ruimte als waarin zich het café en de bistro bevonden (vandaar de naam herbergbrouwerij). Op een verhoging stonden enkele grote – 125 jaar oude – houten brouwkuipen opgesteld. De uit ca. 1850 stammende brouwinstallatie, overgenomen van brouwerij Stinglein uit Steinfelsen (D), werd enigszins aangepast aan de huidige normen. Op 13 april 1987 werd voor het eerst gebrouwen en dit eerste brouwsel werd bij de opening op 27 mei 1987 gepresenteerd.

De brouwerij werd echter begin 1990 stilgelegd. Volgens onbevestigde berichten zou de brouwinstallatie overgenomen zijn door het avonturenpark Hellendoorn. Het bier uit Almelo is, op een enkele uitzondering na, nooit op fles in de handel gekomen en werd alleen verkocht van de tap. Bij sommige bierevenementen gaf de brouwer echter toch acte de présence met een vaatje bier en een antieke afvulinstallatie, waarmee de aanwezigen zelf een flesje Almelo’s Bier konden afvullen. Bijvoorbeeld bij een bierfeest bij de Wijn- en Bierboutique in Den Haag was een flesje ‘Almelo’s’ verkrijgbaar.

Brouwer Arno Rotgers brouwde een gefiltreerd bier van hoge gisting (5.5%; de eerste brouwsels waren echter sterker), bereidt met Münchener- en pilsmout, hoppellets, gist en Almeloos water. Het was een alt-achtig, weinig gehopt, romig bier. Smaakindicatie: gistbittere smaak met een kruidig-bitterige nasmaak die lang na blijft hangen. Er werd ongeveer eenmaal per twee weken een brouwsel van 10 hl gebrouwen: per jaar werd dus ongeveer 250 hl. Het gehele brouwproces gebeurde met de hand en roerstok. Voor de lagering waren een drietal stalen lagertanks in gebruik, waar het bier ongeveer vier weken in gelagerd werd.

In Almelo is er nog steeds een brouwerijstraat, genoemd naar de vroegere Almelose Bierbrouwerij die eind 50-er jaren de poorten sloot.

bron: www.nederlandsebiercultuur.nl

Tags:

Geef een reactie